We zijn eind 1915 en het is vrij rustig in Vlaanderen. Af en toe zijn er schermutselingen bij de loopgraven, maar de grote veldslagen spelen zich vooral af in Frankrijk. De meeste soldaten in de loopgraven in Vlaanderen hebben even ademruimte. Toch staat het dagelijks leven van de frontsoldaat niet stil. De oorlogsvoering die erop gericht is zoveel mogelijk gewonden te maken, vraagt veel medische zorg. De zaag in de medische koffer springt onmiddellijk in het oog en geeft een idee van de gruwel die deze oorlog veroorzaakt. Als een soldaat een zware infectie heeft aan de ledematen of door een projectiel is getroffen, moet er vaak worden geamputeerd. Ook kan het dragen van natte sokken leiden tot trench foot, voetrot. Daarom moeten de soldaten elke dag van sokken wisselen. Maar de Eerste Wereldoorlog zorgt ook voor een primeur: voor het eerst dragen soldaten zelf een ehbo-kit bij zich. Roodbruine jodiumtinctuur en een proper verband laten de soldaat of een kameraad toe verwondingen meteen zelf te ontsmetten en verbinden, iets wat in geen enkele voorgaande oorlog gebeurde. In vroegere oorlogen kon elke wonde, hoe klein ook, de dood betekenen door infectie. Deze eenvoudige eerste hulp heeft veel levens gered.